Bij het rechtstreeks inschakelen (Direct-On-Line of DOL) van zware draaistroommotoren treden inschakelstromen op die kunnen oplopen tot zes tot achtmaal de nominale motorstroom (In). In industriële omgevingen leidt dit tot plotse spanningsdips op het interne netwerk, overmatige slijtage van mechanische overbrengingen en ongewenste piekbelastingen die het capaciteitstarief opdrijven.
De integratie van elektronische softstarters in stuur- en verdeelborden vormt de perfecte balans tussen de eenvoud van een directe start en de complexiteit van een frequentieregelaar. Lamast Elektrotechniek dimensioneert en integreert softstarterpanelen die elektromotoren vloeiend en gecontroleerd op gang brengen, resulterend in maximale bedrijfszekerheid en minimale netbelasting.
1. Elektrische en Mechanische Belasting bij Motorstarts
Wanneer een zware pomp, ventilator, breekinstallatie of transportband direct op het net wordt geschakeld, treden twee destructieve fenomenen op:
- Elektrodynamische en thermische schok: De extreme piekstroom veroorzaakt spanningsdalingen (flicker) waardoor naburige gevoelige sturingen of relais kunnen afvallen. Bovendien warmen de motorwikkelingen snel op.
- Mechanische torsiepiek: De motor levert direct zijn maximale kantelmoment. Dit veroorzaakt zware klappen op tandwielkasten, breekpennen, V-snaren en lagers, en veroorzaakt waterslag in industriële leidingsystemen bij pompinstallaties.
2. Werking van de Elektronische Softstarter
Een softstarter maakt gebruik van antiparallel geschakelde thyristoren in twee of drie fasen. Door middel van faseaansnijding wordt de effectieve motorspanning bij de start geleidelijk opgevoerd van een instelbare basisspanning (bijv. 30%) tot de volledige 100% netspanning over een ingestelde tijdsduur (ramptijd).
Hierdoor stijgt het motorkoppel gelijkmatig en blijft de aanloopstroom strikt begrensd tot twee à drie keer de nominale stroom. Mechanische schokken worden geëlimineerd en leidingen blijven vrij van drukgolven.
Na het voltooien van de aanlooptijd schakelt een geïntegreerd of extern bypass-contactor in. Dit overbrugt de thyristoren, waardoor er tijdens continu bedrijf geen vermogensverlies of warmteontwikkeling in de softstarter optreedt.
3. Uitvoering en Dimensionering in het Atelier van Lamast
Het selecteren van de juiste softstarter vereist diepgaande kennis van de aangedreven last. Een centrifugaalpomp vertoont immers een kwadratisch tegenkoppel, terwijl een breker of schroeftransporteur onder zware last start (zware aanloop / Heavy Duty).
Lamast voert de nodige berekeningen uit in Caneco om de stroombegrenzing en uitschakelkarakteristieken van de voorgeschakelde vermogensautomaat perfect af te stemmen op de softstarter. In ons atelier bouwen we deze componenten in Rittal VX- of AX-kasten, waarbij we standaard voorzien in:
- Thermische bescherming (PTC/PT100 ingangen): Continue bewaking van de motortemperatuur tegen oververhitting bij frequente starts.
- Gecontroleerde uitloop (Soft Stop): Essentieel voor pompinstallaties om waterslag bij het uitschakelen volledig te voorkomen.
- Pomp-reinigingscycli: Automatische pendelsturingen om vastzittende waaiers los te wrikken alvorens de normale startprocedure aan te vangen.
4. Impact op het Capaciteitstarief en Netcongestie
Sinds de introductie van het capaciteitstarief in Vlaanderen worden industriële verbruikers rechtstreeks afgerekend op hun maandelijkse kwartierpieken. Zware ongecontroleerde motorstarts kunnen deze piek aanzienlijk naar boven duwen.
Door motoren uit te rusten met softstarters in combinatie met een slimme afschakel- of startsequentie via PLC (interlocking), zorgt Lamast ervoor dat grote vermogens nooit gelijktijdig inschakelen. Dit leidt tot een afgevlakte verbruikscurve en substantiële besparingen op de energiefactuur.






















